Nachtmerrie #2: hoe het begon.

Vijf uur in de morgen in het ziekenhuis en daar lig ik dan als kersverse moeder. Opluchting, pijn en verwondering zijn slechts een paar van de vele emoties die door me heen gaan. Slapen kan ik niet. Ik lig steeds naar dat kleine wondertje op mijn borst te kijken. Met amper zes pond en is maar drieënveertig centimeter is ze echt een klein frummeltje. Ik begrijp nog steeds dat zo’n klein wezentje het mij een paar uur geleden zó moeilijk heeft gemaakt!

Naar huis

En nu lig ik op de kraamkamer te wachten op bericht dat ik naar huis mag. Ik ben kapot, maar tegelijk zit ik barstensvol nieuwe energie! Naast mij op deze kamer ligt namelijk een oude klasgenoot van me, ook net bevallen. We hebben elkaar zeker tien jaar niet meer gezien en nu liggen we in hetzelfde ziekenhuis, op dezelfde kamer en hebben rond dezelfde tijd een kind op de wereld gezet. Is dat niet wonderlijk? We kletsen het behang van de muren en herinneringen komen in overvloed voorbij. Over de leerkrachten, ieder met hun unieke karakters, tekortkomingen en flaters. Over spijbelen, pesten en die ene keer dat ik een brommer jatte. (Dat is een verhaal voor later!) Dan komt de verpleegster met de mededeling dat we het ziekenhuis mogen verlaten. Jammer, het was net zo gezellig!

Trots

Wanneer we met de auto onze straat in komen rijden, hangt bij iedereen in de straat de vlag uit! Ook onze tuin is prachtig versierd: wapperende vlaggetjes, roze ballonnen en natuurlijk de welbekende ooievaar!! Een golf van verrukking gaat door me heen! Wat is dit fantastisch! Thuis volgen natuurlijk de eerste kraamvisites van de kersverse opa’s en oma’s en we maakten kennis met de kraamhulp. Om daarna volledig gesloopt, maar onwijs trots als een heus gezinnetje met z’n drieën in bed te ploffen. Eindelijk had ik ons wondertje helemaal voor mezelf! Richard snurkte (letterlijk) al binnen twee minuten maar ik niet. Ik voelde me vreemd. Onrustig. De zware bevalling had Noëlle geen goed gedaan: ze gaf steeds vruchtwater over en wilde vanaf thuiskomst al niet drinken. Ook sliep ze alleen maar. En huilde niet. Hoewel mijn gedachten in een staat van ontkenning verkeerden (tuurlijk is er niets aan de hand), gaf mijn beginnend moederinstinct aan dat er iets niet klopte.

Er klopt iets niet

De volgende ochtend gebeurt er iets raars: vlak nadat ik Noëlle in haar wiegje heb gelegd, wordt ze ineens grauw van kleur. Blauw. Grijs? Het ziet er bizar uit en ik schrik behoorlijk! “ZE STIKT!!” Gil ik en meteen gris ik haar weer uit de wieg. Maar eenmaal in mijn armen is haar kleur weer normaal. Mijn man kijkt me verbaasd aan en zegt schouderophalend: “Nou, ik zie niks.” Ik kijk weer naar Noëlle, maar ik zie ook niets meer…. Heb ik me het verbeeld?
Niet lang daarna verschijnt de kraamhulp en dan gebeurd het ineens weer: Noëlle loopt helemaal blauw aan, dat duurt een paar seconden en dan trekt het weer bij. Maar nu zien mijn man en de kraamhulp het ook. Allemaal staan we er met een soort schaapachtige verbijstering naar te kijken. De kraamhulp – die al vijftien jaar in het vak zit – zegt dat ze nog nooit iets dergelijks gezien heeft. Dat is niet bepaald geruststellend en we besluiten daarom ook om direct de huisarts in te schakelen. Die kwam, onderzocht, maar suste de boel al snel. Niets aan de hand volgens hem. Ze moet gewoon wat aansterken na zo’n zware bevalling, dat was alles. “Baby’s kunnen soms lichte epileptische aanvallen hebben, dat komt vaker voor na een zware bevalling” Aldus de huisarts. “Zorg dat ze goed gaat drinken, dan trekt ze wel bij.” En met die woorden vertrekt de huisarts weer. Toch zijn we er met z’n allen niet gerust op. Noëlle slaapt alleen maar en wil niet drinken. We proberen van alles: theelepeltjes, pipetjes, melk op onze vingers? Af en toe krijgt ze wat binnen, maar overtuigend is het niet. Zo modderen we de hele dag wat aan. Meerdere keren bel ik bezorgd de huisarts maar steeds krijg ik de assistente die me telkens afscheept met nutteloze adviezen. Ze zegt dat ze de huisarts op de hoogte houdt en dat hij aan het einde van zijn route nogmaals langs zal komen. Maar dat is nooit gebeurd.

Reanimeren bij baby’s

Als de kraamhulp naar huis gaat, haal ik Noëlle uit de wieg om nogmaals een voeding te proberen. Deze keer begint ze iets overtuigender aan de speen te sabbelen en ze krijgt zowaar een paar milliliter melk naar binnen. Dat geeft mijn ongeruste moederhart weer een beetje hoop. “Zie je nou wel? Het komt heus wel goed!” Probeer ik mezelf bemoedigend toe te spreken. Maar dan gaat er iets heel erg fout! Noëlle krijgt een zware aanval: haar hele lijfje verkrampt en haar armpjes trekken spasmisch samen. Ik zie het leven uit haar gezichtje wegtrekken dat plaatsmaakt voor een gruwelijke doodse uitdrukking. Noëlles oogjes zijn open, maar kijken niet meer terug. Meteen daarna stopt haar ademhaling. Haar armpjes vallen slap langs haar lijfje en ook haar beentjes  bungelen ineens levenloos onder haar billetjes. Van binnen schreeuw ik: “Nee!!! Dit mág niet!!!” Het kost me alle kracht die ik bezit om de paniek die mijn strot dichtknijpt de baas te blijven. Ik probeer mijn EHBO lessen over reanimeren bij baby’s te herinneren maar mijn brein is één zwart gat. In een paniekreactie laat ik Noëlle een ‘val beweging’ maken. Het zogeheten Moro reflex. Dat had ik in het ziekenhuis gezien. Door de schrik van ‘de val’ schieten haar armpjes in de lucht op zoek naar houvast en ze haalt goddank een teug adem. Bij bewustzijn is ze niet, maar haar ademhaling – hoewel fragiel– is er wel weer. En dan raak ik in paniek! Verstandeloos ren ik met Noëlle bungelend als een half dooie lappen pop in mijn armen kriskras door het huis. Gelukkig doet het verstand van mijn man het wél; hij duwt ons in de auto en sjeest naar het ziekenhuis. Daar rennen we huilend de Eerste Hulp binnen. Ik brul iets in de trant van: “Ze ademt niet meer!” Waardoor we direct bij een arts terecht kunnen. In eerste instantie lijkt hij niet zo onder de indruk, ze ademt immers wel. Met een slangetje zuigt hij Noëlle’s longetjes uit, omdat hij vermoedt dat daar nog vruchtwater in zit. Daarop krijgt ze echter precies zo’n heftige aanval als eerder thuis. De arts schrikt, want ik zie letterlijk het bloed z’n gezicht trekken. Vluchtig pleegt hij een telefoontje en binnen no-time wemelt het van de witte jassen om ons heen. Noëlle wordt met spoed overgebracht naar de Intensive Care en daar volgen nog een reanimatie en daarna onderzoeken. We wachten, huilen, hopen en uiteindelijk komen ze vertellen dat de EEG een afwijkend beeld in de hersenen laat zien. In dit ziekenhuis hebben ze echter geen apparatuur voor verdere onderzoeken en daarom moet Noëlle naar een groter ziekenhuis zo’n vijftig kilometer verderop.

En weg is ons meisje

Verbouwereerd kijken we elkaar aan en voor we deze nieuwe feiten op ons kunnen laten inwerken, wordt er gezegd: “De ambulance is inmiddels onderweg en kan hier ieder moment zijn. Als jullie nog afscheid willen nemen, dan moeten jullie dat nú doen!” Nog half in shock van het nieuws hebben we nog geen tien minuten met Noëlle in onze armen gezeten toen de vijf ‘specialisten’ uit het andere ziekenhuis haar van ons overnamen. Vier ambulance broeders en de professor Neonatologie. Dat maakte zelfs op het personeel van dit ziekenhuis indruk. “Wow, dé professor! Nou dan is uw dochter in goede handen!” Zei de kinderarts nog. Schrale troost….
Onmachtig staan we te kijken naar de specialisten en hun jachtige, maar uiterst gefocuste handelingen. Ik zie hun bezorgde gezichten. Geen goed teken lijkt me. Tranen stromen onophoudelijk over mijn wangen. Dan zie ik de professor een buis uit zijn instrumentenkoffer pakken. “Waar is die voor?” Roep ik vol afschuw aan de verpleegsters. “Dat is voor de beademing.” Is het antwoord dat ik al vreesde. Die enorme buis moet kennelijk door Noëlle’s keeltje geduwd worden. Ik draai me om. Ik kan het niet meer aanzien. Ik blijf mezelf knijpen in de hoop dat ik wakker wordt, maar helaas… Wanneer ze klaar zijn met hun handelingen en Noëlle stabiel genoeg is voor vervoer, nemen ze haar mee. Desolaat staan we te kijken hoe de gehele crew met toeters en bellen naar buiten verdwijnt. En weg is ons meisje… We mochten niet mee in de ambulance. Simpelweg omdat daar geen plaats voor was. Maar ook mochten we er niet achteraan rijden. We konden namelijk toch niets doen. De onderzoeken die in het andere ziekenhuis zouden plaatsvinden zouden uren in beslag nemen en daar konden we niet bij zijn. Uitdrukkelijk werd ons daarom verzocht om eerst naar huis te gaan, onze zaken op orde te maken en pas in de loop van de ochtend daar naartoe te komen.

Oorverdovende stilte

En zo kwamen we tegen zes uur in de ochtend thuis. Zonder baby. In schril contrast met wat zich de afgelopen nacht had afgespeeld, lopen we langs de grote, met roze ballonnen versierde ooievaar die nog pronkend in onze tuin staat. Ik gaf het ding een trap. Zinloos, ik weet het, maar ik kon het niet laten. Eenmaal binnen begint het alles écht tot ons door te dringen. Daar stonden we dan, in een leeg huis, met een lege Maxi-Cosi in onze handen en een leeg wiegje in de kamer. Oorverdovende stilte. Gebroken. Intens verdrietig. Onzeker. Boos. Vol ongeloof. Dit kan niet waar zijn! Onthutst kijken we elkaar aan. Ik zie mijn man bijna letterlijk breken en hij rent de trap op om boven hard huilend op ons bed te vallen. Ik stort beneden ineen op het kraambed. Zó een allesverslindende leegte heb ik nog nooit gevoeld…

Vanaf hier lees je weer verder bij: Nachtmerrie…
Blog Nachtmerrie al gelezen? Lees dan hoe het Noëlle daarna verging in: De diagnose

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: