Ik kan hem wel vermóórden!

Ik zie die stomme kop van hem nog steeds voor me: die zogenaamd olijke arts op de eerste hulp. De arts die mijn Noëlle met gebroken spaakbeen en ellepijp maande om zich niet aan te stellen toen hij haar ingipste. Maar hij had één klein detail over het hoofd gezien…

Zij was de prinses en ik de draak.

Het was een heerlijke lentedag. De eerste van het jaar. Ik besloot om de voortuin een beetje op orde te maken. Niet omdat ik dat nou zo leuk vind, maar omdat het zulk lekker weer was en ik lekker buiten bezig kon zijn. Bovendien kon ik Noëlle in de gaten houden die in het speeltuintje voor ons huis aan het spelen was met een buurjongetje. Maar zoals zo vaak met de eerste zonnestralen, ben ik niet de enige die op het idee komt om buiten de tijd te verdrijven. De ene na de andere straatgenoot komt ‘even buurten’ en een zo ook de moeder van het buurjongetje waar ik een poosje mee sta te kletsen als we ineens een schreeuw uit de speeltuin horen komen. Geschrokken kijken we elkaar aan. “Is dat die van mij?” zeggen we bijna synchroon en we snelwandelen naar het peuterhuisje in de speeltuin van waarachter de kreet kwam. Noëlle komt huilend achter het huisje vandaan, de ene arm ondersteunend met de andere. Dat is geen goed teken weet ik instinctief. Ik vraag aan de buurjongen wat er gebeurd is (want Noëlle kan alleen maar huilen) en hij zegt: “Nou, ik was de draak en Noëlle de prinses.” Ik grinnik: Ik vind het de beste uitleg in tijden, al heb ik er hélemaal niets aan!
Ik neem Noëlle mee naar binnen. Ze is huilt nog altijd hard en ik kan haar niet kalmeren. Dat is niets voor haar, ze blijft nooit zo lang huilen, dus ik voel al aan mijn klompen dat er iets goed mis is. “Mama moet wel even kijken moppie.” Zeg ik tegen haar als ik haar jas voorzichtig uittrek. Eerst de mouw aan haar goede arm en dan héél voorzichtig die andere, pijnlijke arm. Maar wat er onder dat tweede mouwtje vandaan komt choqueert mij volledig! Noëlles onderarm staat zowat in een hoek van vijfenveertig graden! Ik voel mijn maag omdraaien, het bloed zakt uit mijn hoofd en ik moet een schreeuw van afschuw bedwingen. Ik heb EHBO, maar jezus! Hier is geen moeder toch ooit op voorbereid? Een paar seconden lang zit ik met mijn hand voor de mond (die schreeuw wil er nog steeds uit) naar haar zwanenhalsarm te kijken. Dan verman ik mezelf, gris wat spullen bij elkaar en loop met Noëlle in mijn armen jachtig naar naar de auto. Ondertussen bel ik Richard zodat hij op de hoogte is. Onderweg kost me alle kracht die ik bezit om niet alsnog in paniek te raken en met formule 1 snelheden de Eerste Hulp te bereiken. De tranen prikken achter mijn ogen en mijn strot voelt dicht geknepen. “Rustig blijven.” Vermaan ik mezelf en gelukkig hoef ik niet heel ver te rijden. Dan overvalt een vlaag van paniek me: Kan ik eigenlijk wel zomaar naar de Eerste Hulp rijden? Had ik niet eerst de huisarts moeten bellen? Maar dan druppelt er weer wat gezond verstand naar boven: het lijkt me toch sterk dat me straks de toegang geweigerd gaat worden daar. Iedere randdebiel kan zien dat die arm gebroken is en dat er hulp moet komen!
Nog altijd mijn gemoedstoestand op het randje van uitbarsten, loop ik met Noëlle in mijn armen naar de deuren van de eerste hulp. Een ambulance die daar net vandaan komt passeert me en de twee mannen erin kijken mijn kant op. Onze blikken kruisen en ik zie hun vragende uitdrukking waarop ik naar Sennah’s arm knik. Zij zien de arm nu ook en ik zie hun gezichten vertrekken. Dan kom ik bij de bewaakte entree en brul: “Haar arm is gebroken!” Nu ik het hardop zeg laat de werkelijkheid zich niet meer onderdrukken en nemen mijn emoties de overhand. Gelukkig mag ik meteen doorlopen en sta ik niet ‘en publique’ te janken. De artsen zijn er al snel. Ook Richard is inmiddels gearriveerd en goddank sta ik er niet meer alleen voor! Hoewel, aan Richard heb ik weinig: bij het aangezicht van de zwanenhalsarm loopt hij direct de behandelkamer weer uit. Zijn gezicht minstens zo wit als de jassen van het verplegend personeel. Maar ik neem het hem niet kwalijk: ik herken dat moment maar al te goed!

Niet zo aanstellen

Op de foto’s is het overduidelijk: een twijgbreuk van de spaakbeen en ellepijp. Omdat Noëlle een uurtje geleden geluncht heeft, zijn er nu twee vervolgopties: Één: de arm wordt gezet zonder ‘roesje’. Twee: de arm wordt over vier uren pas gezet, maar dan mét ‘roesje’. Met een ‘roesje’ bedoelen ze een hele lichte narcose. Omdat Noëlle niet zo lang geleden gegeten heeft, willen ze die nu dus niet geven. (Standaard procedure.) Maar jemig, wat een beslissing! De arm zonder verdoving zetten lijkt me niet menselijk, maar vier uren wachten ook niet! Kiezen uit twee kwaden… We kiezen de eerste.

gebroken arm

De arm wordt gezet en ingegipst door een iets te vrolijke arts die – zo vermoed ik – Noëlle op die manier probeert op te beuren. Maar ik vind hem helemaal niet leuk. Ik vind hem een verwaande eikel, maar ja… Hij is wel arts. Hij wikkelt de rol gips (net als een rol verband) van boven naar beneden om Noëlles arm en eindigd bij haar hand. Iedere keer als hij de rol tussen haar duim en wijsvinger doordrukt, gilt ze het uit van de pijn. “Nou, niet zo aanstellen hoor!” Roept hij jolig. Niet zo aanstellen? Zei hij dat nou écht? Ik werp hem een vernietigende blik toe. “Tsja,” zegt hij een tikkeltje verongelijkt na het zien van mijn dodelijke uitdrukking. “Na het zetten mag het niet zoveel pijn meer doen hoor.” Ik schud mijn hoofd. Ik vind hem écht een eikel, maar ik laat de stituatie – en de arts – voor wat het is en focus me op het troosten van mijn meisje. Wat een dag…

Controle

Na twee weken komen we terug voor controle. Niet op de eerste hulp natuulijk, maar op de polikliniek orthopedie. Wanneer ik de arts daar vertel dat Noëlle nog steeds veel pijn heeft, vertrouwt ze het niet en laat een extra foto maken. Wat blijkt? Haar duim is ook gebroken! Ik ben ik schock! Al die tijd mee rondgelopen, dat arme kind! En dan herinner ik me die arrogante arts weer van de Eerste Hulp. “Niet zo aanstellen!” Riep die en onderwijl dat kleine duimpje – gebróken duimpje – steeds maar aan de kant drukkend met die grote rol gips! Dáárom gilde ze zo hard! Hij heeft gewoon niet goed op de foto’s gekeken. De lul! Ik kan hem wel vermóórden! Wandelend door de vele gangen op de terugweg van de poli, kijk ik extra goed om me heen. Vurig hoop ik dat hem tegenkom zodat ik die zelfingenomen grijns van z’n smoel kan slaan!

Advertenties

Een gedachte over “Ik kan hem wel vermóórden!

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: